|
Antique Linen
Gemerkt linnengoed
Merklappen zijn kleine oefenlappen die door kleine meisjes van
ca.8-12 jaar zijn gemaakt, om te leren hoe later hun
linnenuitzet te merken. Dit gebeurde in Nederland vanaf de 16de
eeuw tot aan de vijftiger jaren van onze eeuw.
Als voormalig conservator textiel van het Nederlands
Openluchtmuseum te Arnhem heb ik me veel met deze materie
beziggehouden, geïnspireerd door het werk van mijn voorgangster
Mevr.A.Meulenbelt. Nog altijd boeit me deze typische
vrouwengeschiedenis, waarin zoveel van de sociale rol van de
vrouw in onze samenleving is terug te vinden.
Het maken van deze merklappen had meerder functies: men leerde
de vaardigheid van het naaien en borduren en tevens het alfabet,
waardoor het kind door middel van het borduuronderwijs leerde
lezen en schrijven, en het lezen de Bijbel.
Maar de eerste functie van een merklap is het leren merken van
je latere uitzet, het linnengoed dat aan de bruid als
bruidsschat werd meegegeven. Dit was voor de ouders een enorme
investering en het meisje leerde van jongs af aan, zorgvuldig
met dit linnengoed om te springen, en er zuinig op te zijn. Vaak
moest de uitzet een leven lang meegaan. Veel linnengoed eindigde
als poetstod!
De merklappen zijn waarschijnlijk uit piëteit van de maakster
samen met haar uitzet in de linnenkast goed bewaard gebleven.
Daarom hebben waarschijnlijk zoveel merklappen de tijd
overleefd. Dit in tegenstelling met oud linnengoed wat in een
huishouden gewoon gebruikt werd tot het versleten was en daarna
vervangen.
Er is echter een verschil tussen de merklappen en het
linnengoed:
- Het linnen van de merklappen is grover dan het linnen van het
linnengoed.
Dat betekent dat het borduursel op het linnengoed, het merk,
initiaal en/of nummer, of het merklapmotief veel fijner is dan
die van de merklap. Borduursters zullen het verschil tussen 12
of 30 draden per cm. herkennen.
- Een ander verschil is opmerkelijk: het borduurwerk op het
linnengoed is gedaan in een enkele kleur: wit, rood of zwart. De
merklap is meestal meerkleurig.
Een uitzet van linnengoed bevat het bedlinnen, het
huishoudlinnen, zoals handdoeken en tafellinnen, vrouwen- en
mannenhemden, en een babyuitzet. Natuurlijk heeft de welstand
van de betreffende vrouw te maken met de hoeveelheden van het
linnen en natuurlijk de kwaliteit van het linnen waarvan de
uitzet is samengesteld.
Linnengoed collecties van musea en particulieren laten ons nu
nog de sublieme vaardigheid van de jonge vrouw zien. Het is de
ontwikkeling van het kleine meisje via haar oefenlappen tot
prachtige genaaide en geborduurde uitzetten. En het linnengoed
gebruikt voor bijzondere gelegenheden zoals huwelijk, geboorte
en overlijden, is echter wel met dezelfde liefde als de
merklappen bewaard gebleven in veel huishoudens. Dit linnengoed
is vooral interessant wanneer de initialen van de maakster er in
geborduurd zijn, en motieven heeft naar de patronen die de
merklappen aan geven. Nog leuker is het wanneer die maakster
bekend is! Dit komt een enkele keer voor. Vaak gingen resten van
uitzetten over naar de volgende generaties, en in de vrouwelijke
lijn, dus de familienamen veranderen dan steeds. Alleen wanneer
de genealogie van de betreffende familie bekend is, of de naam
van de maakster terug te vinden is in archieven, kan men de
vrouw identificeren.
Linnengoed werd gemerkt met een initiaal van de eigenaar, en
vaak een nummer van de aantallen, bijvoorbeeld 6,12, 24,etc. Dit
werd door de blekers van de wasserijen of blekerijen omstreeks
1540 al verplicht gesteld, om geen verwarring te krijgen van wie
welk stuk is. Op het platteland werd thuis of in de omgeving op
de plaatselijke gemeenschappelijke wasplaatsen en bleekvelden
gewassen. In de stad daarentegen moest de was naar de blekerijen
buiten de stad gebracht worden voor het wassen. Dit gebeurde van
1 tot 2, of 3 per jaar, in de zomer, naar gelang hoeveel
linnengoed men had.
Om het linnen wit te houden had met bleekvelden nodig en die
bevonden zich buiten de wallen of de stadsmuren. Het hebben van
een initiaal op je linnengoed was ook een bescherming tegen
diefstal op het bleekveld of elders, of ter identificatie
wanneer iemand werd vermist. Dit kan men lezen in de
advertenties van de Amsterdamsche Courant uit de 17de
eeuw, waarin personen worden gezocht en de initialen van hun
hemd vermeld.
De aandacht om oud linnengoed te verzamelen voor zowel museale
als particuliere collecties is in de afgelopen jaren gelukkig
toegenomen. Daardoor kunnen we nu zien hoe de vaardigheid van
het kleine meisje, dat de merklap en de stoplap heeft moeten
maken, zich heeft ontwikkeld tot een persoon die in staat was
prachtige genaaide en geborduurde uitzetten te maken.
Dit kon particulier zijn voor eigen gebruik of professioneel als
linnennaaister.
In mijn eigen collectie bevinden zich diverse stukken
linnengoed. Zowel linnen lakens en slopen, als ook linnen damast
in de vorm van tafellakens en servetten.
Het oudste stuk is van ongeveer 1625 en is een servet met een
bloemen patroon, typisch voor de Nederlanden in de 17de
eeuw. Vergelijk dit met de bloemstukken op schilderijen. Een
combinatie van verschillende bloemen die nooit tegelijkertijd in
bloei staan!
Naarmate de techniek van het damast weven voortschrijdt
ontwikkelt zich ook het te maken patroon. Door de uitvinding van
Jacquard op het einde van de 18de eeuw, openen zich
schier oneindige mogelijkheden voor het weven van gepatroneerde
damast.
Het gewone linnengoed voor de uitzet daarentegen bleef vooral
geweven in platbinding [een-op-een-neer!] of in diverse
variaties van de keperbinding. De handdoeken en tafelgoed voor
dagelijks gebruik waren aanvankelijk geweven in ‘pelle’ [een
zgn. schijndamast maar in werkelijkheid een keperbinding]. Op
het platteland werd sporadisch nog tot omstreeks 1920 nog zelf
linnen geproduceerd. Het weven van linnen is lang een extra
inkomen voor de boeren geweest gedurende de winter.In Nederland
kennen we tegenwoordig pelle weefsel vooral nog door de geblokte
boeren handdoek, ofwel pompdoek genoemd.
Er
zijn, vooral uit gegoede kringen, nog prachtige uitzetten
bewaard gebleven. Het Rijksmuseum te Amsterdam en het Fries
Museum te Leeuwarden hebben daarvan prachtige voorbeelden, die
getuigen van grote rijkdom. Stukken uit zelfs
de
16de en 17de eeuw versierd met de mooiste
naden en borduurwerk in open wit- en sneewerk.
In
mijn eigen collectie bevindt zich linnengoed uit minder
welgestelde families afkomstig. Het zijn vooral lakens, slopen,
tafelgoed, babygoed, handdoeken en huishoudgoed vanaf 1625 tot
en met 1960.Hiervan enkele voorbeelden op deze site.
Top of Page
DSCN0002.JPG
Een 18de eeuws sloopje met initialen VC en aantal
nummer 24,
sluiting door middel van een veter die door de geborduurde
vetergaatjes werd geregen.
DSCN0047.JPG
Linnen servet ca.1840 in zeer fijn Jacquard patroon met florale
rand
DSCN0051.JPG
Linnen servet ca 1850 met zgn.Pelle weefsel, vier patronen
breed, de rand is het patroon verkleind.
DSCN0033.JPG
Detail pelle weefsel servet.
DSCN0054.JPG
Geweven linnen handdoek met Jugendstil motieven ca.1900 op een
Jacquard getouw geweven.
Het ons nu bekende badstof is nauwelijks 100 jaar oud!
DSCN0003.JPG
Sloop van handgeweven linnen van het eiland Marken ca.1875.
DSCN0007.JPG
Handgesponnen en geweven linnen laken, bestaande uit twee
weefbreedtes, van het eiland Marken ca. 1850.
DSCN0008.JPG
Details Marker laken.
DSCN0006.JPG
Linnen peluwsloop, 18de eeuw, met open
naai-verbinding en gekloste kanten tussenzetsel. Een peluw [eng.pillow!]
is een kussen dat over de hele breedte van het bed ligt. Hierop
werden de hoofdkussens gelegd.
DSCN0011.JPG
Babygoed ca.1700: linnen sloopjes met handgekloste kantjes,
Pelle linnen handdoekjes en waslapjes, navelbandjes, alles
afkomstig van dezelfde familie.
DSCN0013.JPG
Fijn detail van zgn. “pelle weefsel” van de linnen navelbandjes,
per blokje ongeveer 1 cm.
DSCN0020.JPG
Gedeelten van hand gesponnen en geweven linnen uitzet uit Lochem
ca. 1900, met slopen, handdoeken, mannen- en vrouwenhemden,
lakens, servetten etc. De B staat de familienaam Breuker.
DSCN0023.JPG
Linnen sloop uit Groningen anno 1744, distel met initialen GR,
kloskanten tussenzetsel. De zogenaamde gekroonde G is typisch
voor Groningen.
DSCN0026.JPG
3
linnen vrouwen hemden gedateerd 1777 en initialen AVD en met de
nummering 12. Dat betekent dat van de 12 vrouwenhemden er nog 3
bij elkaar zijn! Bijzonder!Door overerving zijn de hemden later
opnieuw gemerkt door AW in 1899, met merklap motiefje erbij,
respectievelijk een vrouwtje, een bloem en een mannetje.
Dubbel gemerkt goed is zeldzaam.
DSCN0034.JPG
Servet met de 4 elementen: water AQA, lucht AER, vuur IGNIS en
aarde TERRA. Hier TERRA, dat de aarde symboliseert, als
cherubijn met een wagentje. Dit servet is ook op een trekgetouw
geweven en is te dateren eerste helft 18de eeuw.
DSCN0038.JPG
Een wit linnen damast, handgeweven op een trekgetouw,
waarschijnlijk in Haarlem
omstreeks 1625. De afgebeelde bloemen zijn de bloemen die
destijds in de 17de eeuw populair waren en veelvuldig
afgebeeld op schilderijen.
DSCN0039.JPG
Detail linnen bloemenservet. Het blokachtige en de geblokte
lijnen, kenmerkend voor damast geweven op een zgn. trekgetouw,
is goed te zien.
DSCN0040.JPG
Een servet van 12 servetten, en 2 tafellakens van twee formaten
[groot en kleiner] uit de uitzet van mijn grootmoeder Maria
Mechelina Sluis, getrouwd in 1886 met Antonius van Beek te
Dordrecht.
Bloemboeketten en griffioenen staan afgebeeld op deze wit
damasten linnen tafelset.
DSCN0045.JPG
Handgeweven damasten servet met druiventrossen , ca.1750?
Top of Page
Copyright ©2004-2005 An Moonen
website design, build & hosting
by
Jantoon
|